Arabisch → Nederlands
أين in het Nederlands
waar
Voorbeelden uit echte teksten
Zinnen afkomstig uit gepubliceerde tweetalige teksten (ondertitels, documenten). Ze tonen het woord in context en worden niet één voor één nagekeken.
هو أين؟ أين هو؟
Waar is hij? Waar is hij?
أين هو؟ أين هو؟
Waar zit hij?
أين هى؟ أين هى؟
Waar is ze?
أين هم؟ أين هم؟
Waar zijn ze nou?
أين هي؟ أين هي؟
Waar is ze?
أين (ماري)؟ أين هي
Waar is Mary, waar is ze?
أين.. أين "تزايتل"؟
Waar is Tzeitel?
أين حصاني؟ أين حصاني؟
Waar is m'n paard?
لذا أين يَكُونُ؟ أين؟
Waar is hij dan?
أين إبننا؟ أين أخذتيه؟
Waar is onze zoon?
أين إبننا؟، أين (هانك)
Waar is Hank?
أين... أين... أين النار؟
Waar is de brand?
Gerelateerde woorden en uitdrukkingen
- أين أقرب جهاز صراف آلي؟ Waar is de dichtstbijzijnde geldautomaat?
- أين أقرب صيدلية ؟ Waar is de dichtstbijzijnde apotheek?
- أين أنت تعلم ذلك؟ Waar heb je het geleerd?
- أين أنت؟ Waar ben jij?
- أين الحمام؟ Waar is het toilet?
- أين المرحاض؟ Waar is het toilet?
- أين المصرف؟ Waar is de bank?
- أين الوافدون؟ Waar zijn de aankomsten?
- أين تحبذ أن نلتقي؟ Waar zou je willen ontmoeten?
- أين تذهب؟ Waar ga je heen?
- أين تريد أن تذهب؟ Waar wil je heen?
- أين تريد أن تذهب؟ Waar wilt u heen?