Arabisch → Nederlands
سكن in het Nederlands
Vertalingen in het woordenboek
Voorbeelden uit echte teksten
Zinnen afkomstig uit gepubliceerde tweetalige teksten (ondertitels, documenten). Ze tonen het woord in context en worden niet één voor één nagekeken.
سكن.. سكة.. سكك
Dit, dat, de!
!ماذا؟ زميلة سكن؟
Wat? Kamergenoot?
أم يحتاجون إلى سكن؟"
Of hebben ze woonruimte nodig?
عملاق، سكن يوماً هذا الجسد
Ooit leefde er 'n reus in dat lichaam.
أتقصد, بأن لهم سكن خاص بهم؟
Ze hebben dus een eigen huis.
« والليل إذا سجى » غطى بظلامه أو سكن.
En bij den nacht als die duister wordt.
هنا يستطيعون تدبير سكن رخيص بشكل مؤقت
Daar vinden ze tijdelijk goedkoop onderdak.
ولقد تم اعادة اكثر من مليون سكن لأصحابه
Een miljoen bezittingen zijn teruggegeven.
وفي جبعون سكن ابو جبعون واسم امرأته معكة.
Jeïël, de vader van Gibeon, woonde in Gibeon. Zijn vrouw heette Maächa.
قطيعك سكن فيه. هيّأت بجودك للمساكين يا الله.
U gaf ons een overvloed, vele goede dingen gaf U ons, o God; toen het land uitgeput was, gaf U het nieuwe kracht.
ابرام سكن في ارض كنعان ولوط سكن في مدن الدائرة ونقل خيامه الى سدوم.
Abram bleef in Kanaän en Lot vestigde zich in de steden van de Jordaanstreek tot bij de stad Sodom.
جلعاد في عبر الاردن سكن. ودان لماذا استوطن لدى السفن واشير اقام على ساحل البحر وفي فرضه سكن.
Waarom bleef Gilead rustig aan de overkant van de Jordaan zitten? Waarom bleef Dan bij zijn schepen? En waarom bleef Aser aan de zeekust zitten en verliet zijn havens niet?