Nederlands → Arabisch
gast in het Arabisch
زائر
Voorbeelden uit echte teksten
Zinnen afkomstig uit gepubliceerde tweetalige teksten (ondertitels, documenten). Ze tonen het woord in context en worden niet één voor één nagekeken.
Je gast?
ضيفتك؟
Als gast.
أنا ضيفك.
Gast account:
ضيف الحساب:
Ik ben uw gast.
أنا ضيفك في تلك الحاله
Wie is die gast?
من هذا الرجل؟
Hij is onze gast.
والآن أستأذنكم فالسيد بتلر ضيفناً
Je hebt een gast.
لديك زائر
Ik ben geen gast.
لست ضيفً
Aan gast koppelen:
الخريطة إلى ضيف:
Daar is onze gast.
ها هو الضيف
We hebben 'n gast.
ان لدينا ضيف فلتستقبلوه
Onze voornaamste gast.
ها هو ضيفنا الكبير