Arabisch → Nederlands
إله in het Nederlands
Voorbeelden uit echte teksten
Zinnen afkomstig uit gepubliceerde tweetalige teksten (ondertitels, documenten). Ze tonen het woord in context en worden niet één voor één nagekeken.
أى إله؟
Welke god?
مثل إله.
Net als een God.
أنى إله؟
Dat ik een god ben?
أنا إله!
Ik ben God.
ملك؟ إله؟
Een koning? Een god?
إله الشمس
De zonnegod.
أكان إله؟
Een god?
يا إله روما
Goden van Rome
وهل هناك إله؟
Bestaat God?
أقول أنك إله.
Ik zei dat u een god was.
بهوبيس، إله الشمس
Phoebus, de zonnegod.
اوه, لا إله الحقيقة, إله الحق
Nee, van de realiteit en waarheid.